Tussenkomst in aankoop didactisch materiaal
In het kader van ILW-leerovereenkomsten voorziet IPV niet enkel premies voor leerlingen en werkgevers, ook voor CLW's!
Premie voor didactisch materiaal
Elk opleidingscentrum kan een vergoeding ontvangen voor de aankoop van materieel. Die vergoeding bedraagt Eur 250 per schooljaar en per leerling die een contract in de sector heeft afgesloten.
Het minimumbudget per centrum en per jaar bedraagt Eur 1.250, het
maximumbudget bedraagt Eur 2.500. Dit budget kan aangewend worden voor aankopen die kaderen in de lessen die leerlingen klaarstomen voor onze sector. Enkel indien ook aan de voorwaarden van de kwalificatieproef is voldaan, kan de subsidie worden uitbetaald.
Die financiële steun kan eventueel worden opgetrokken om de uitvoering van sommige projecten aan te moedigen.
Het centrum moet voorafgaandelijk een premieaanvraag/financieringsvoorstel aan IPV voorleggen. Dit voorstel omvat een beschrijving van de aankoop, vergezeld van een gedetailleerde offerte en het volledig ingevulde formulier dat ter beschikking van de opleidingscentra werd gesteld (download formulier).
Eens het project door IPV is goedgekeurd, kan het centrum zijn aankopen verrichten en een kopie van de facturen aan IPV voorleggen, vergezeld van een creditnota met vermelding van het rekeningnummer en de naam van de rekeninghouder aan wie het bedrag moet worden overgemaakt.
Daarnaast is er ook de premie voor werving van leerlingen.
Kwalificatieproef en -getuigschrift
De kwalificatieproef (of geïntegreerde proef) moet een bewijs leveren dat de opleiding aan alle voorwaarden voldoet.
De proef wordt georganiseerd door het CDO en kan plaatsvinden in het centrum of in het bedrijf waar de jongere een opleiding volgt.
Het PLC moet zicht krijgen op de opleiding via volgende informatie vanuit het centrum DBSO:
- Inhoud alternerende opleiding (opleidingstraject) geschematiseerd in trajectbegeleidingsplan waar systematisch aangevinkt wordt welke competenties de jongere in het bedrijf verworven heeft.
Dit trajectbegeleidingsplan voor het bedrijf heeft de school samen met het bedrijf opgesteld. Het volledige plan wordt (ondertekend door de mentor van het bedrijf en de trajectbegeleider van het cdo) overgemaakt aan IPV op het einde van elk opleidingsjaar. - Opvolging op de werkvloer: de trajectbegeleider/leraar van de school of het CDO brengt minstens 1 x/kwartaal een bezoek aan de jongere op de werkvloer; van elk bezoek wordt een evaluatiefiche gemaakt en op het trajectbegeleidingsplan wordt elk bezoek genoteerd via datum + handtekening.
- In de kwalificatiejury is minstens één vertegenwoordiger van de voedingsindustrie uitgenodigd, dit kan iemand uit de bedrijfswereld zijn, uit het PLC of van IPV. Het CDO meldt de organisatie en de samenstelling van de jury tijdig (1 maand voor datum) aan IPV.
- Aan IPV wordt een rapport gestuurd met de inhoud en het resultaat van de kwalificatieproef.
Indien aan alle bovenvermelde voorwaarden is voldaan, kan het CDO in aanmerking komen voor de IPV-subsidiëring.
De kwalificatieproef mag doorgaan aan het einde van het schooljaar, ook als het leercontract eerder werd beëindigd.
Voor contracten die eindigen in september of oktober kan de proef eventueel georganiseerd worden in juni van het voorafgaande schooljaar.
Wanneer de jongere voor de opleiding is geslaagd, zal hij een kwalificatiegetuigschrift van het paritair leercomité ontvangen.